Prinsjesdag 2025 is anders dan anders. Met een demissionair kabinet zijn er geen grote verrassingen te verwachten, maar wel duidelijke voorstellen die de komende jaren merkbaar worden. Voor werkgevers en werknemers liggen er fiscale en arbeidsrechtelijke veranderingen op tafel die impact hebben op salarissen, contracten en personeelsbeleid.
Wij zetten de belangrijkste punten natuurlijk overzichtelijk voor je op een rij.
Er ligt een voorstel om vanaf 2027 een pseudo-eindheffing van 52% in te voeren op de bijtelling van auto’s van de zaak die CO₂ uitstoten en privé worden gebruikt. Volledig elektrische of emissievrije auto’s vallen buiten de maatregel.
Voor werkgevers betekent dit dat de keuze voor het type leaseauto nu al strategisch wordt. Elektrische auto’s kunnen op termijn financieel gunstiger uitpakken.
De huidige Wet DBA wordt vervangen door de Wet VBAR. Hiermee worden bestaande rechtspraak en criteria vastgelegd om beter te bepalen of iemand werknemer is of zelfstandig ondernemer. Een belangrijk punt: zelfstandigen die minder dan ongeveer €36 per uur verdienen, kunnen in veel gevallen als werknemer worden aangemerkt doordat er een sterk vermoeden (rechtsvermoeden) van werknemerschap is. De ZZP’er kan dan stellen dat hij/zij werknemer is. De opdrachtgever moet het tegenbewijs leveren.
Voor organisaties met veel zzp’ers is dit een belangrijke ontwikkeling die gevolgen kan hebben voor de inzet van flexibele arbeid.
Het wettelijk minimumloon steeg per 1 juli 2025 al naar €14,40 per uur. Daarnaast worden de minimumjeugdloonpercentages per 2027 verder verhoogd:
20 jaar: van 80% naar 87,5%
19 jaar: van 60% naar 75%
18 jaar: van 50% naar 62,5%
17 jaar: van 39,5% naar 50%
16 jaar: van 34,5% naar 40%
Ook wordt de speciale loonstaffel voor bbl-studenten afgeschaft, zodat zij recht krijgen op het reguliere jeugdloon.
De versoepeling van de RVU-regeling wordt verlengd tot en met 2028. Werkgevers kunnen dus langer belastingvrij een uitkering aanbieden om werknemers eerder te laten stoppen met werken, zolang dit binnen de drempelvrijstelling blijft.
De vrijstelling wordt verhoogd, maar de pseudo-eindheffing loopt stapsgewijs op naar 65% in 2028. Dit maakt de regeling aantrekkelijker op de korte termijn, maar duurder naarmate de jaren vorderen.
Ook op fiscaal gebied zijn er plannen om stappen te zetten:
– Het forfaitaire rendement voor overige bezittingen in box 3 stijgt naar 7,78% in 2026 en 2027.
– Het heffingsvrije vermogen daalt de komende jaren van €57.684 naar ongeveer €51.396.
– De algemene heffingskorting wordt verder verlaagd.
Deze maatregelen raken met name mensen met vermogen en ondernemers die privé vermogen hebben opgebouwd.
De arbeidskorting stijgt licht, naar maximaal €5.599. De algemene heffingskorting daalt. Ook wordt het tarief in de eerste schijf loonbelasting iets aangepast, naar 35,82%.
Voor middeninkomens levert dit beperkte lastenverlichting op, terwijl lagere inkomens juist iets minder profiteren.
De werkgeversheffing voor de ZVW daalt van 6,57% naar 6,51%. Het maximum-bijdrageloon stijgt naar ongeveer €75.860. Daarmee neemt de werkgeverslast per saldo niet wezenlijk af.
Hoewel sommige voorstellen pas in 2027 ingaan, is het verstandig om nu al vooruit te kijken. Leasebeleid, contractvormen en de inzet van zzp’ers vragen mogelijk aanpassingen. Ook personeelskosten veranderen door hogere minimumlonen, aanpassing van heffingskortingen en gewijzigde vergoedingen.
Voor HR en salarisadministratie betekent dit: systemen tijdig actualiseren, cao-wijzigingen verwerken en medewerkers goed informeren. Werk je met AFAS of vergelijkbare software? Dan is dit hét moment om processen en signaleringen opnieuw scherp in te richten.
De voorstellen die we hier noemen zijn nog niet in beton gegoten. Eerst worden ze op Prinsjesdag 2025 officieel gepresenteerd en daarna moeten zowel de Tweede als de Eerste Kamer hun goedkeuring geven. We volgen de ontwikkelingen op de voet en denken graag met je mee om verrassingen te voorkomen.